Rozenkrans van de Goddelijke Barmhartigheid

Op vrijdag 13 september 1935 kreeg zuster Faustina in haar cel een visioen:

Toen ik ‘s avonds in mijn cel was, zag ik een engel. Hij was de uitvoerder van de goddelijke toorn. Hij was gekleed in een gewaad dat verblindend schitterde. Ook zijn gezicht schitterde prachtig en onder zijn voeten was een wolk. Vanuit de wolk sprongen donderslagen en bliksemstralen naar zijn handen. Zij gingen van zijn handen weer verder en pas daarna sloegen zij in op de aarde. Toen ik dit teken zag van de goddelijke toorn die op het punt stond de aarde en in het bijzonder een bepaalde plaats, die ik om goede redenen niet zal noemen, te treffen, begon ik de engel te smeken zich een ogenblik op een afstand te houden. De wereld zou boete kunnen doen. Maar mijn pleidooi richtte in het geheel niets uit tegenover de goddelijke toorn. Toen zag ik ineens de allerheiligste Drievuldigheid. Ik werd diep getroffen door de grootheid van hun majesteit en ik durfde mijn smeekbeden niet te herhalen. Precies op dat moment voelde ik innerlijk de kracht van Jezus’genade die in mij woont. Toen ik mij van deze genade bewust werd, werd ik ogenblikkelijk opgetrokken tot voor de troon van God. O, hoe groot is onze Heer en God en hoe ondoorgrondelijk is zijn heiligheid! Ik zal geen poging wagen om deze grootheid te beschrijven, want we zullen Hem weldra zien zoals Hij is. Ik merkte dat ik bezig was bij God voor de wereld te pleiten met woorden die ik inwendig hoorde. Toen ik op deze manier bad, zag ik dat de engel machteloos was. Hij kon de welverdiende straf die vanwege de zonden rechtvaardig was, niet ten uitvoer brengen. Ik had nog nooit eerder met zo’n innerlijke kracht gebeden als ik toen deed. Dit zijn de woorden waarmee ik God smeekte: “Eeuwige Vader, ik offer U op het Lichaam en Bloed, Ziel en Godheid van Uw zeer geliefde Zoon, onze Heer Jezus Christus, tot verzoening voor onze zonden en die van heel de wereld. Omwille van Zijn bitter lijden, wees barmhartig met ons.” (Dagboek van zuster Faustina, 474-475)

De volgende dag Jezus zei tegen zuster Faustina:

Toen ik de volgende morgen de kapel binnenkwam, hoorde ik inwendig deze woorden: “Spreek iedere keer wanneer je de kapel binnenkomt, onmiddellijk het gebed uit dat Ik je gisteren geleerd heb”. Toen ik het gebeden had, hoorde ik inwendig deze woorden: “Dit gebed zal dienen om mijn toorn te stillen. Je moet het gedurende negen dagen op de volgende manier op de kralen van de rozenkrans bidden. In de allereerste plaats moet je een onzevader bidden, een weesgegroet en de geloofsbelijdenis. Dan moet je op de kralen van het onzevader de volgende woorden bidden:

Eeuwige Vader, ik offer U op het lichaam en bloed, de ziel en de Godheid van uw zeer geliefde Zoon, onze Heer Jezus Christus, tot verzoening voor onze zonden en die van heel de wereld”.

Op de kralen van het weesgegroet moet je de volgende woorden bidden: “Omwille van zijn bitter lijden wees barmhartig met ons en met heel de wereld”.

Tot slot moet je driemaal deze woorden zeggen: “Heilige God, heilige almachtige God, heilige eeuwige God, wees barmhartig met ons en met heel de wereld.” (Dagboek van zuster Faustina, 476)

DE BELOFTEN

Bid onophoudelijk de rozenkrans die Ik je geleerd heb. Wie die ook maar bidt zal grote barmhartigheid ontvangen op het uur van de dood. Priesters moeten die aan zondaren aanbevelen als hun laatste hoop op redding. Zelfs al zou het om een zeer verharde zondaar gaan, als hij deze rozenkrans maar één keer bidt, zal hij vanuit mijn oneindige barmhartigheid genade ontvangen. Ik wil dat de hele wereld mijn oneindige barmhartigheid kent. Ik wil aan die zielen die op mijn barmhartigheid vertrouwen onvoorstelbare genaden verlenen.” (Dagboek van zuster Faustina, 687)

O wat een grote genaden zal Ik verlenen aan de zielen die deze rozenkrans bidden. De diepste diepten van mijn tedere barmhartigheid worden opgewekt omwille van degenen die deze rozenkrans bidden. Schrijf deze woorden op, mijn dochter. Spreek tot de wereld over mijn barmhartigheid. Laat de hele mensheid mijn onpeilbare barmhartigheid erkennen. Het is een teken voor het einde der tijden. Daarna zal de dag van de gerechtigheid komen. Laat hen de toevlucht nemen tot de fontein van mijn barmhartigheid terwijl er nog tijd is. Laat hen baat hebben bij het bloed en het water dat voor hen stroomde.” (Dagboek van zuster Faustina, 848)

Mijn dochter, spoor de zielen aan om de rozenkrans te bidden die Ik je gegeven heb. Het verheugt mij om alles te geven wat ze Mij door het bidden van de rozenkrans vragen. Als verharde zondaren die bidden zal Ik hun zielen met vrede vervullen. Het uur van hun dood zal een gelukkig uur zijn.

Schrijf dit voor het nut van zielen die in nood verkeren: als een ziel haar zonden ziet en zich realiseert hoe ernstig die zijn en wanneer de hele afgrond van de ellende waarin zij zich heeft gestort zich daarbij voor haar ogen ontvouwt, laat haar dan niet wanhopen. Maar laat zij zich met vertrouwen in de armen van mijn barmhartigheid werpen, als een kind in de armen van haar geliefde moeder.

Deze zielen hebben het recht van voorrang op mijn mededogend hart. Ze hebben als eerste recht op mijn barmhartigheid. Vertel hen dat geen mens die een beroep op mijn barmhartigheid heeft gedaan, teleurgesteld is geworden of beschaamd uit is gekomen. Ik schep in het bijzonder behagen in een ziel die haar vertrouwen op mijn goedheid heeft gesteld.

Schrijf dat als men deze rozenkrans in de aanwezigheid van stervenden bidt, Ik niet als de rechtvaardige Rechter, maar als de barmhartige Redder tussen mijn Vader en de stervende in zal staan.” (Dagboek van zuster Faustina, 1541)

Vandaag werd ik wakker door een grote storm. De wind raasde en de regen viel in stromen neer. De bliksem sloeg keer op keer in. Ik begon te bidden dat de storm geen schade zou veroorzaken toen ik de woorden hoorde: “Bid de rozenkrans die Ik je geleerd heb en de storm zal ophouden”. Ik begon onmiddellijk de rozenkrans te bidden. Ik was er zelfs nog niet klaar mee toen de storm plotseling ophield en ik de woorden hoorde: “Door de rozenkrans zul je alles verkrijgen als wat je vraagt verenigbaar is met mijn wil.” (Dagboek van zuster Faustina, 1731)

Toen ik voor Polen aan het bidden was, hoorde ik de woorden: “Ik draag Polen een bijzondere liefde toe. Als ze gehoorzaam zal zijn aan mijn wil zal Ik haar in macht en heiligheid verhogen. Aan haar zal de vonk ontspringen die de wereld op mijn wederkomst zal voorbereiden.” (Dagboek van zuster Faustina, 1732)

De Rozenkrans van de Goddelijke Barmhartigheid

(Gebruik hiervoor de normale rozenkrans)

Kruisteken: In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Onze Vader

Onze Vader, die in de hemel zijt; uw naam worde geheiligd; uw rijk kome; uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren; en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.

Weesgegroet

Wees gegroet, Maria, vol van genade. De Heer is met u. Gij zijt de gezegende onder de vrouwen en gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot. Heilige Maria, moeder van God, bid voor ons, zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.

Apostolische Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde. En in Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer, die ontvangen is van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, die nedergedaald is ter helle, de derde dag verrezen uit de doden, die opgestegen is ten hemel, zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader, vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden. Ik geloof in de heilige Geest; de heilige katholieke kerk, de gemeenschap van de heiligen; de vergeving van de zonden; de verrijzenis van het lichaam; en het eeuwig leven. Amen.

Op de grote kralen:

Eeuwige Vader, ik offer U op het Lichaam en Bloed, de Ziel en de Godheid van Uw welbeminde Zoon, onze Heer Jezus Christus, tot vergeving van onze zonden en die van de hele wereld.

Op de kleine kralen:

Omwille van Zijn smartelijk lijden, wees barmhartig voor ons en voor de hele wereld.

Op het einde (3x):

Heilige God, Heilige Sterke, Heilige Onsterfelijke, ontferm U over ons en over de hele wereld.

Kruisteken: In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Bronnen:

Dagboek van zuster Faustina: Goddelijke Barmhartigheid in mijn ziel

www. medjugorje-bn.efpk.net

www.jezusikvertrouwopu.nl